Empirische studie Amsterdam UMC

Verpleegkundigen en artsen hebben net zoals de meeste vrouwen te maken met lichamelijke fasen in hun levensloop. Zo worden ook zij zwanger of zijn in de overgang, waardoor ze ongemakken kunnen ervaren terwijl ze aan het werk zijn. Door deze empirische studie, onderzocht en geschreven door Amsterdam UMC, zijn we meer te weten gekomen over de gezondheid van vrouwelijke artsen en verpleegkundigen. Doordat we meer inzicht hebben in hun gezondheid en wensen kunnen we handvaten aanbieden om arbeidsuitval te verminderen en vrouwen in de zorg duurzaam inzetbaar te maken. 
 

Uit het onderzoek komen de volgende conclusies:

» Het lichaam van een vrouw is niet te voorspellen, wat niet goed past bij de onvoorspelbaarheid van het werk zelf. Flexibiliteit op de werkvloer is een wens.

» Vrouwen ervaren een gebrek aan ruimte. Zowel in de letterlijke zin, een ruimte om te ontspannen, als in een interactieve ruimte om in gesprek te gaan en vragen rondom zwangerschap en overgang te bespreken. Een ruimte om bewustwording te creëren en kennis te vergaren is belangrijk. 

» Zwanger of in de overgang zijn moet een geaccepteerd onderdeel van het arbeidsproces worden. Dit houdt in dat het bespreekbaar moet zijn en dat werkgevers ondersteuning moeten bieden indien dit gewenst is. 

» Op dit moment is het ‘moederlichaam’ onbespreekbaar. Deze onbespreekbaarheid kan ervoor zorgen dat de gezondheid van vrouwen achteruit gaat, omdat op de werkvloer niet gehandeld kan worden naar de behoeften van de vrouwen. Het lichaam van een medewerker wordt in de zorg gezien als een ‘werktuig’ dat ‘werk verricht’.

 

Klik hier om het volledige onderzoek te lezen